Voormalig Kamp Westerbork

Vlakbij bij het Museum Westerbork, ligt voormalig Kamp Westerbork. Wat vroeger een plek was waar veel onmenselijke dingen gebeurden is nu een herinneringsplek geworden om ons aan die ellendige tijd te blijven herinneren en te gedenken.

Wikipedia: Kamp Westerbork (DuitsJudendurchgangslager Westerbork) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een doorgangskamp in de voormalige gemeente Westerbork in Drenthe. Het kamp was een voorportaal waarvandaan ruim 100.000 in Nederland wonende Jodenen 245 Roma per trein werden gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen in DuitslandPolen en Tsjechië.

Ontstaan[bewerken]

 Zie Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het kamp werd door de Nederlandse regering in 1939 gebouwd als Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork om Joodse vluchtelingen uit Duitsland op te vangen. Ruim twee jaar na het begin van de Duitse bezetting, op 1 juli 1942, namen de nazi’s het kamp over, waarna Westerbork functioneerde als doorgangskamp. Bij de overname maakten de nazi’s gebruik van de reeds bestaande kampstructuur van het vluchtelingenkamp.

Organisatie[bewerken]

Plattegrond Westerbork (1944)

Kamp Westerbork kwam op 1 juli 1942 onder rechtstreeks nazi-bestuur. Als Polizeiliches Durchgangslager Westerbork werd het een doorgangskamp. Vanaf 1 juli tot 1 september 1942 was Erich Deppner Lagerkommandant. Vervolgens werden dat tot 9 oktober 1942 Josef Hugo Dischner en enkele dagen later Bohrmann. Vanaf 12 oktober 1942 tot 11 april 1945 was de SS’er Albert Konrad Gemmekercommandant van het kamp.

De voormalige directeur van het vluchtelingenkamp, de Nederlandse reserve-kapitein Jacques Schol, bleef na 1 juli 1942 nog werkzaam tot januari 1943, ondergeschikt aan de Duitse commandanten. De Duits-Joodse vluchteling Kurt Schlesinger, in februari 1942 door Schol aangesteld als Oberdienstleiter bleef ook onder de nazi’s een belangrijke rol vervullen als leider van de kamporganisatie die zo goed als volledig bestond uit Joodse gevangenen.

Deppner en zijn opvolgers accepteerden een staf van Duitse Joden, met Schlesinger aan het hoofd. Zodoende werden veel belangrijke posities in de kamporganisatie bekleed door Duitse of Oostenrijkse Joden (de alte Lagerinsassen). Zij hadden privileges en functies bij onder andere de Ordedienst (OD) en de Fliegende Kolonne (samen onder leiding van de uit Oostenrijk afkomstige Jood Arthur Pisk). Het aantal Duitse SS’ers voor het gehele kamp bedroeg zodoende 20 tot 30 man[3]. Zij waren gelegerd in het nabijgelegen kamp Hooghalen (heidelager).

Inkomende transporten[bewerken]

Inkomende transporten vonden plaats per trein vanuit verschillende stations in Nederland. Joden moesten zich ‘vrijwillig’ melden op speciale data bij verzamelplaatsen waaronder de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam en Loods 24 in Rotterdam. Van daaruit werden ze meestal in de nacht naar stations vervoerd en met gereserveerde personentreinen van de Nederlandse Spoorwegen naar Westerbork getransporteerd. Daar aangekomen werd iedereen in de grote zaal geregistreerd en ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Westerbork.

In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de Joodse werkkampen die verspreid waren over heel Nederland leeggehaald en werden ook de aanverwanten afgevoerd naar kamp Westerbork. Er arriveerden 10.000 mensen op één dag.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *